Ons huisvuil zoals het was

In 2001, toen de Leefdaalse Seniorenbond nog lang niet bij OKRA was aangesloten, schreef Willy Brumagne over de plaatselijke geschiedenis van de huisvuilophaling in het seniorenkrantje; André haalde de tekst uit zijn archief en de rest van de redactie voegde er een paar hedendaagse opmerkingen aan toe.

Huisvuil

Eeuwenlang is huisvuil geen probleem geweest. De landbouwer gebruikte zijn schaarse afval als dierenvoedsel, als mest- of brandstof of als verhardingsmateriaal van de landwegen. Deze idyllische toestand veranderde snel na de tweede wereldoorlog door de groei van de niet-landbouwbevolking en de verspilzucht van de opkomende consumptiemaatschappij.

Na het aandringen van talrijke inwoners richtte het gemeentebestuur vanaf juni 1961 om de veertien dagen een huisvuilomhaling in. Het was niet van harte. Aanvankelijk had het bestuur zelfs geweigerd wegens de hoge kosten. Maar de noodzaak was overduidelijk: het wilde storten was een bron van intense vervuiling en veel ergernis. Trouwens een dergelijke dienst bestond al in vrijwel alle omliggende dorpen. Vanaf 1968 gebeurde de omhaling wekelijks.

Leefdaal stortte zijn afval te Meerbeek, maar ook op de rechteroever (1) van de Voer, tussen de kasteelvijver en de Voerhoek. In 1968 kreeg de gemeente Vossem de toelating tijdelijk huisvuil te dumpen in een oude zandgroeve langs de Zavelstraat. De beide vuilnisbelten lokten talrijke klachten uit. Het storten gebeurde , zoals het Ministerie van Volksgezondheid liet opmerken “in strijd met de meest elementaire uitbatingsvoorwaarden”.

Deze moeilijkheden waren waarschijnlijk de oorzaak van de koele ontvangst door het gemeentebestuur van een aankondiging door de “Intercommunale Maatschappij voor het verwijderen en vernielen van huisvuil van de gemeenten Oost-Brussel”, dat zij voornemens was meer dan drie hectare moerassige grond aan te kopen naast de Voer tegen de grens met Vossem. De grond zou opgehoogd en gezond (!?) gemaakt worden met gebroken huisvuil. De zaak ging gelukkig niet door. De Nationale Maatschappij der Waterleidingen verwierf later de gronden.

Vanaf 1973 nam de randfederatie Tervuren de huisvuilophaling over (2) . Verkleinen en storten gebeurde voortaan door de zorgen van de Intercommunale Interleuven. Het gemeentebestuur raakte op die wijze verlost van een dienst die voortdurend aanleiding gaf tot allerlei klachten van omwoners.

De nieuwe gemeente Bertem nam in 1977 de verantwoordelijkheid over van de randfederatie, die werd afgeschaft.

Ondertussen is de afvalberg reusachtig gegroeid. De overheid tracht uit alle macht hem te verkleinen. De seniorenbond wil met zijn beperkte middelen helpen. Daarom heeft het bestuur o.m. de folder “Minder verpakking … mooi meegenomen; Tips voor afvalarm winkelen” bij zijn leden rondgedeeld.

Willy Brumagne


(1) naast het leuningloze brugje over de Voer, midden in waterwinningsgebied … Toen het stort overvol lag werd er een laag aarde over gekapt en kreeg het terrein de nieuwe functie van “gemeentelijk speelpleintje” waar kinderen naar hartelust de knieën konden openhalen aan de opduikende stukken metaal.
(2) voor het zover was werd de pastorie-vijver achter de parochiezaal nog “gedempt” met verschillende camionladingen grof huisvuil. In plaats van karpers en eenden zag men 10 jaar later nog steeds gasfornuizen en wrakken van auto’s in het water liggen (eigen foto winter 1981 hierboven). Gelukkig werd de vijver na de bouw van nieuwe kleuterklassen en de aanleg van een speelterrein terug leeggevist en min of meer in ere hersteld